‘Rode laarsjes’

(Column: Kronkel 22 maart 2019)

Soms heb je van die weken waarin er van alles gebeurt. Afgelopen week was zo’n week: die afschuwelijke aanslag op twee moskeeën in Nieuw Zeeland en een schietpartij in een tram in ons eigen Utrecht. Een schietpartij waarvan we nog steeds niet weten of het nu om terrorisme gaat of toch ‘gewoon’ om een psychopaat. Iedereen schrok en de verkiezingscampagne werd een dag stilgelegd. Toch gingen we vervolgens gewoon naar de stembus en die stemming leverde een politieke aardverschuiving op. Het stof moet nog neerdalen, want het is nu pas de dag erna.. O ja, en dan hebben we natuurlijk nog de Brexit, die nog het meest gaat lijken op een onvervalste soapserie, maar waar nu toch ook eindelijk een beslissing zal moeten vallen.

Toch was het iets anders, dat mij het meest bij is gebleven. Het was op een van die kletsnatte dagen vorige week en we waren op de begraafplaats. De regen kwam werkelijk met bakken uit de lucht en onder grote paraplu’s stonden we rond een graf. De meeste mensen waren na de kerkdienst naar het warme restaurant gegaan, de groep was maar klein. We bewezen de laatste eer aan een geliefd mens en tussen alle in het donker geklede benen zag ik twee paar rode laarsjes. Ze hoorden bij twee kindertjes die oma naar haar laatste rustplaats brachten. Allebei gooiden ze een bloeiende narcis in het open graf.

Dat beeld bleef me bij, die hele week waarin er van alles gebeurde: twee paar rode laarsjes tussen al die grotemensenbenen. En de hele week was er dat liedje in mijn hoofd: ‘ weet je wat ik heb gekregen, rode laarsjes voor de regen…’. Dat liedje kennen we allemaal. Dat liedje over dat jongetje (of meisje) dat op de nek van de giraffe klimt en er vervolgens van af glijdt. Hij valt: boem, au! Maar hij staat op, pakt zijn trap en zegt: ‘dag giraffe, morgen kom ik toch weer hier met de trap’. Een liedje waarin een kind symbool staat voor de mens. We zoeken, we proberen nieuwe dingen uit. We stijgen tot grote hoogte en vallen vervolgens met een plof weer op de grond. Boem, au! Toch geven we niet op en wat is dat toch geweldig! We blijven opstaan en doorgaan wat er ook gebeurt.

Marianne Visch – de Bruin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *