(Column: 29 mei 2026)
“Hé opa, opzij!” In het verkeer wordt nogal eens denigrerend tegen ouderen gedaan. Maar ook de vader die langs het sportveld staat te schreeuwen tegen een voetballertje dat een misser maakt toont weinig respect. Of iemand die de deur dichtsmijt als een collectant om een bijdrage komt vragen.
Terwijl als er íets is wat een mens bijna net zo nodig heeft als voedsel dan is het wel respect. Allereerst zelfrespect, een gezond gevoel van eigen waarde. Maar voor dat zelfrespect ben deels je ook afhankelijk van anderen, niet helemaal gelukkig, maar toch. Wat je waard bent moet je steeds weer aflezen uit de ogen van mensen om je heen, de manier waarop je wordt behandeld.
“Trek je niets aan van wat anderen denken of zeggen”, zei mijn moeder vroeger. Dat ging dan meestal over warme kleren die ik in de winter naar school aan moest terwijl ik mezelf daarin belachelijk voelde. Je er niets van aantrekken? Ja ja.
Een mens is dat wat tegen hem wordt gezegd, luidt een bekende kreet. En juist daarom zou ik zeggen: laten we wat zorgvuldiger zijn in onze omgang met elkaar. Aldous Huxley heeft eens gezegd: de mens is een schepsel, dat voorzichtig over een gespannen koord loopt, in evenwicht, met het bewuste, het geestelijke aan de ene kant en het instinctieve, het onbewuste aan de andere kant. Wat ontzettend moeilijk is. Een koorddanser moet je niet onverwacht een douw geven. Bedenk dat degene die je op het punt staat af te snauwen misschien in een wankel evenwicht verkeert. Dat vraagt om behoedzaamheid.
Niet dat je elkaar zou moeten sparen, want harde woorden zijn soms gewoon nodig. Maar je kunt ze altijd zo uitspreken, dat de ander zich toch respectvol behandeld voelt.
‘Heb elkaar lief en ga elkaar voor in eerbetoon’, aldus Paulus (Romeinen 12:10) ‘C’est le ton qui fait la musique’, zeggen de Fransen, het gaat er vaak niet eens zozeer om wat je zegt, maar vooral om hóe je het zegt, met welke houding je de ander benadert.
Bedenk dat je met een koorddanser te maken hebt. Met alle respect….
Maria Bolijn
