‘Nieuw”

(Column: Kronkel 19 november 2021)

Vorige week maand hij uit: de NBV21, dat is de Nieuwe Bijbelvertaling 2021. ‘Alweer’, dacht ik toen ik het las. Sinds de verschijning van de ‘oude’ NBV in 2005, kregen we een nieuw liedboek ter vervanging van de bundel uit 1973 en een paar jaar later lag de ‘Bijbel in de gewone taal’ in de winkel. Nog weer later verscheen een hernieuwde Statenvertaling van het ‘goede Boek’ en ook de Naardense Bijbel en de Willibrord vertaling verschenen recent in een herziene uitgave. En, o ja, ook de psalmen zijn dit jaar hertaald en opnieuw uitgebracht want die waren in het nieuwe liedboek hetzelfde gebleven als in dat van 1973.
Kunt u het nog volgen? Ik denk het niet, maar dat kan ik u ook niet kwalijk nemen.

Natuurlijk probeer ik op de hoogte te blijven van al die veranderingen, ik vind dat dat bij mijn werk hoort, maar ik heb heel even getwijfeld of ik die NBV21 wel zou aanschaffen. Weer een nieuwe vertaling met maar liefst 12.000 veranderingen of aanpassingen.

De Bijbel is het meest gelezen boek ter wereld. De oorspronkelijke tekst is heel oud en geschreven in talen, die inmiddels al lang niet meer worden gesproken. Maar onze taal, levende taal, is volop in ontwikkeling en verandert in een snel tempo. Daarom proberen de Bijbelvertalers die oude teksten toegankelijk te houden voor mensen van deze tijd. Dat begrijp ik best, maar nog altijd vind ik het jammer dat de ‘kribbe’ uit het kerstevangelie vervangen is door een alledaagse ‘voederbak’ en de ‘herberg’ wordt in deze nieuwe vertaling een ‘gastenverblijf’. Natuurlijk moet taal begrijpelijk zijn, maar Bijbelse taal is oude taal, geschreven in een heel andere tijd. De verhalen zijn vol betekenis en kunnen ons, ook vandaag de dag, nog heel veel leren. En soms, in bekende teksten, is die oude taal dan vertrouwder, poëtischer en juist daardoor begrijpelijker.

Toch ligt de NBV21 inmiddels op mijn bureau en heel nieuwsgierig ben ik inmiddels juist die oude, vertrouwde en bekende teksten opnieuw gaan lezen….

  Marianne Visch – de Bruin

‘Check … ‘

(Column: Kronkel 24 september 2021)

Na ruim 1.5 jaar kwam er afgelopen week (voorlopig) een einde aan de 1,5 meter samenleving. Op het moment dat ik deze kronkel schrijf, is het nog niet zover en ik denk erover na of ik blij mee ben met het wegvallen van de beperkingen. Eerlijk gezegd ben ik er nog niet uit. Inmiddels ben ik eraan gewend afstand te houden van mensen op straat en in de winkels. Openbaar Vervoer hebben mijn man en ik tot nu toe steeds gemeden. We genieten op de fiets, in de buurt gaan we te voet en voor verre afstanden hebben we de auto gelukkig. En de bioscoop en het theater hebben we ook al die tijd niet van binnen gezien. Nu vraag ik me af: heb ik dat gemist? Het eerlijke antwoord luidt: nou nee, eigenlijk niet.

Uit eten gaan in een restaurant deden we vorige week weer voor het eerst. Ik liep er prompt een verkoudheid op en zo zat ik een paar dagen later in de GGD teststraat. Dat gaat gelukkig heel snel en een paar uur later wist ik zeker dat ik in elk geval geen Covid had opgelopen. O zeker, ik ben keurig gevaccineerd, maar hoorde juist de week ervoor van iemand, die dat ook was en tot besmet raakte.

Op mijn telefoon heb ik de CoronaCheck-app geïnstalleerd waarmee ik kan aantonen dat ik gevaccineerd ben en dus ‘veilig’ voor mijn omgeving. Maar och, veilig is ook maar een betrekkelijk begrip want ik las dat ook met deze app inmiddels gesjoemeld wordt.

Toch ben ik blij dat er meer mogelijk wordt! Ben ik blij dat we weer bijna ‘gewoon’ Startzondag konden vieren en dat we volgende week weer, na 1,5 jaar, brood en wijn met elkaar mogen delen in de kerk. Ben ik blij dat we elkaar weer kunnen ontmoeten tijdens lezingen en verheug ik me stilletjes op de filmavonden in ons kerkje in januari. En dat allemaal dankzij de mensen, die vaccins ontwikkelden en al die mensen die zich lieten vaccineren. Wat fijn dat we weer de ruimte krijgen om met wat minder angst iets dichter bij elkaar in de buurt te komen.

En dus gaan we weer gewoon van start met een nieuw seizoen. Koffieochtend, check! Lezing door Bas Zitman, check! En daarna nog samen wat drinken bij Maarten of in de Molen, check! We zijn er klaar voor. Check!   

Marianne Visch – de Bruin

‘Sterren’

(Column: Kronkel 26 augustus 2021)

Elk jaar rond 13 augustus komen ze voorbij: de Perseïden oftewel de vallende sterren. Soms is het dan helder en ooit, jaren geleden, lagen we met vrienden languit in de hei om ze te spotten. Vorig jaar waren we het vergeten, maar zag ik er bij toeval eentje omdat het een prachtige avond was en we in het donker nog lang buiten zaten. O ja, het is half augustus! Die vallende sterren zijn stukjes afval van een komeet waarvan ik de naam niet kan onthouden en ze heten Perseïden omdat ze aan de hemel te zien zijn in het sterrenbeeld Perseus.

Deze week kwam bij toeval het gesprek nog weer op het ontstaan van het heelal, op de oerknal en alles wat we nog niet weten over het ontstaan van leven. We waren te gast bij mijn dochter en schoonzoon en onze kleinzoon zat vol met vragen. Inmiddels is hij veertien en dol op nadenken en filosoferen. Er ontspon zich een gesprek tussen drie generaties over de grootsheid van de schepping en wat vind ik het dan mooi dat vragen gesteld worden, dat soms een antwoord wordt gevonden, maar meestal niet en dat we ons samen verwonderen over alles wat het leven zo boeiend maakt. Het was een welkome afwisseling na al het gekrakeel rond kabinetsformatie en klimaatproblemen, om nog maar te zwijgen van de situatie in Afghanistan en de vraag of we nu wel of niet de mensen, die ons daar hielpen, naar Nederland moeten halen. Gelukkig is dat laatste nu toch eindelijk gebeurd!

Wie zijn wij? Waar komen we vandaan en waarom leven we eigenlijk. Wat is de zin van ons bestaan en zijn geloof en wetenschap eigenlijk wel met elkaar te verenigingen? In juni van dit jaar verscheen er een nieuw boek onder de titel ‘Alle verstand te boven’. Het staat vol met prachtige verhalen, geschreven door gelovige geleerden van allerlei pluimage. Ze variëren in leeftijd van pensioengerechtigd tot nog geen 40 jaar en ze schrijven over hun leven met hun wetenschap en hun geloof. De verhalen zijn toegankelijk en heel gemakkelijk leesbaar. Ze geven ruimte aan de lezer, zetten aan tot nadenken en vormen stof tot nadenken. Geloof en wetenschap, ze sluiten elkaar niet uit maar kunnen, met een beetje respect voor de ander, prachtige gesprekken opleveren.

 Marianne Visch – de Bruin

‘Vakantie’

(Column: Kronkel 3 juli 2021)

Het is al weer een flink aantal jaren geleden dat ik in Groningen was. We deden dat toen: een dagje met de trein op pad. Na anderhalf jaar coronamaatregelen is zoiets haast niet meer voor te stellen, maar wie weet komt die tijd nog wel weer terug. We bezochten toen het Groninger Museum, maar we waren ook in het atelier van Hendrik Werkman. Ik kende hem van zijn prachtige afbeeldingen, vaak van typische Joodse taferelen. Druksels noemde Werkman, die afbeeldingen zelf en als u geïnteresseerd bent kunt u op internet een heleboel van die druksels vinden. In dat atelier was een vrijwilliger, die ons liet zien hoe die druksels werden gemaakt en natuurlijk kwamen we meer te weten over de schilder zelf. Maar och, u weet hoe dat gaat; na verloop van tijd zijn er weer andere interessante dingen die aandacht vragen en Hendrik Werkman raakte wat in de vergetelheid …

Afgelopen week waren we in Drenthe. We hebben vakantie, maar blijven in eigen land. Onze camper heeft al op heel wat verschillende plekjes gestaan en staat nu in Hooghalen, op steenworp afstand van het herinneringscentrum Westerbork. Ook daar waren we jaren geleden, maar toen was men nog bezig met de opbouw van het centrum. Nu is dat (bijna) af en we waren onder de indruk van de sfeer op het uitgestrekte terrein. De talloze namen, die onafgebroken werden opgenoemd, de eindeloze aantallen weggevoerde mensen op een onafzienbare rij hoge palen, de 102.000 stenen op de appelplaats en natuurlijk het grote monument met de tekst uit Klaagliederen 4.
Maar bovenal werd ik getroffen door de eindeloze velden met paarse lupines, die op dit moment volop in bloei staan. Ze gaven het terrein een heel bijzondere aanblik. Bij het bezoekerscentrum troffen we een monument dat we nog niet eerder hadden gezien. Het had wel wat weg van een drietal Hebreeuwse letters en we besloten het wat beter te bekijken. Het beeld heette ‘de Werkmanpoort’ en bleek een hommage van kunstenaar René de Boer aan Hendrik Werkman. Behalve kunstenaar en drukker bleek hij ook actief geweest te zijn in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarom staat dat standbeeld voor hem hier op deze plek.

Marianne Visch – de Bruin

‘Paspoort’

(Column: Kronkel 11 juni 2021)

Afgelopen week mocht ik mijn tweede vaccinatie ophalen bij de GGD hier in Apeldoorn. Net als toen ik een maand geleden mijn eerste prik kreeg, was het druk in de Mheenhal, maar anders dan toen zag ik veel jonge mensen om me heen. Waar ik een maand geleden een van de jongsten was die blij was met haar eerste prik, behoorde ik nu tot de oudere garde. Ik vind het mooi om te zien hoe snel de vaccinaties nu worden gegeven en ik ben blij dat er ruimte komt voor ontspanning en vakantie. En over vakantie gesproken; omdat je maar nooit weet waar het goed voor is, heb ik mijn gele vaccinatiepaspoort maar meegenomen naar de GGD en jawel, daarin staat nu keurig een stempeltje dat ik ben gevaccineerd tegen COVID-19. Toch handig zo’n paspoort.

Ook vorige week werd ik bepaald bij dat woord ‘paspoort’ toen ik hoorde dat Prof. Anna van der Meiden was overleden. Misschien kent u hem van een van de viering, die hij in ons kerkje leidde, van een lezing of heeft u een van zijn boeken gelezen. Prof. Van der Meiden was altijd goed voor een volle kerk want hij was een begenadigd spreker. Ik prijs me gelukkig dat ik nog college van hem heb gehad en natuurlijk staat in mijn boekenkast zijn ‘Biebel in de Twentse spraoke’. Van der Meiden was een groot voorstander van spreken in de streektaal en ik herinner me nog hoe hij de tien geboden vertaalde. Niet ‘gij zult niet zus of zo’, maar ‘doodsloan, dat doei ni’, lieg’n, dat doei ni’. Ik vond dat geweldig vertaald, maar dat komt misschien omdat ik zelf ook het Veluws dialect nog vloeiend spreek dankzij vooral mijn opa en oma. Toen ik opgroeide woonden we in hetzelfde huis.

Ondanks de vele verschillen tussen het Twents en het Gelders, waren er ook veel overeenkomsten en daaraan moest ik denken bij het woord ‘paspoort’. Wanneer de dominee of pastoor vroeger bij een stervende werden geroepen, werd er niet zoveel gesproken. Maar een standaardvraag van de geestelijke was altijd: ‘En.. hei ‘t paspoort in orde?’ Van der Meiden kon dat verhaal met veel gevoel vertellen en ik hoor het soms terug van oudere Vaassenaren. Ik vind het een mooie manier om aan iemand te vragen of er nog losse eindjes zijn. Of er nog dingen gezegd moeten worden.

‘Hei ’t paspoort in orde?’ Prof. Van der Meiden had het vast voor elkaar. Hij mocht 92 jaar worden en was tot op hoge leeftijd nog actief. Toch wonderlijk hoe dingen die niets met elkaar te maken hebben, zo toch elkaar kunnen raken.

  Marianne Visch – de Bruin

‘Pinksteren’

(Column: Kronkel 20 mei 2021)

Ieder jaar opnieuw zie ik het wel een keer in een of ander TV-programma: mensen die op straat worden geïnterviewd met de vraag: ‘Wat betekent Pinksteren eigenlijk? Wat vieren we dan? Waarom zijn we dan een lang weekend vrij?’ En elk jaar weer verbaas ik me over de antwoorden, die worden gegeven, of eigenlijk verbaas ik me erover dat er nauwelijks een antwoord is. De meeste mensen komen niet verder dan dat het iets met Jezus te maken zal hebben. Soms wordt de hemelvaart van Jezus benoemd, maar even vaak hoor ik dat het te maken zou hebben met de dood of opstanding van Jezus. Kortom, we hebben het afgelopen weekend wel een extra vrije dag gehad, maar we weten niet waarom. Dat voor veel mensen de betekenis van Pinksteren onduidelijk is, zal er zeker ook de oorzaak van zijn dat in sommige bedrijven tweede Pinksterdag of Hemelvaartsdag ‘gratis’ kan worden omgeruild tegen een andere religieuze feestdag, zoals bijvoorbeeld het Suikerfeest. Een feest dat overigens bij toeval dit jaar samenviel met Hemelvaartsdag.

Tegenwoordig wordt Pinksteren vooral geassocieerd met de festivals, die dit jaar natuurlijk niet door kunnen gaan, of met een lekker weekendje weg. Maar goed, daar gaat het nu niet over. De betekenis van het Pinksterfeest vindt uiteraard zijn oorsprong in de Bijbel, waar we lezen dat op het Pinksterfeest de Heilige Geest, in de vorm van een hevige wind, het huis waar de leerlingen van Jezus na zijn dood verblijven, op zijn grondvesten doet schudden. De leerlingen raken begeesterd door dat gebeuren en leggen alle angst, die hen tot dan toe beheerste, van zich af en ze beginnen op straat te vertellen over dat wat Jezus voor hen heeft betekend. Dat maakt dan weer zoveel indruk op alle mensen, die op dat moment vanuit alle delen van de toenmalige wereld in Jeruzalem zijn, dat velen zich aansluitend bij de groep Jezus-volgers. We beschouwen die komst van de Heilige Geest dan ook wel als de geboorte van de kerk. In de eeuwen erna en vooral in de Middeleeuwen werd Pinksteren zo tot een van de belangrijkste kerkelijke feesten. In de 15e eeuw is er in delen van Nederland zelfs een tijdje een derde Pinksterdag is geweest, die ‘pinksterdrie’ werd genoemd, maar dat feest had niets met het Pinksterfeest te maken. Het was gewoon de dinsdag na Pinksteren en meestal was er dan kermis… Het is maar dat u het weet.

Marianne Visch – de Bruin

‘Herdenken en vieren’

(Column: Kronkel 29 april 2021)

Wanneer u deze kerkkronkel onder ogen krijgt, is het 4 of 5 mei. Koningsdag is alweer geweest met alle ongewenste drukte van dien en deze dagen staan in het teken van  herdenken en vieren. Op 4 mei herdenken we onze doden en een dag later vieren we onze vrijheid. Dat herdenken en vieren gebeurt al zolang ik me kan herinneren, maar ja, ik ben dan ook ‘van na de oorlog’.

We herdenken op 4 mei alle mensen, die waar dan ook in de wereld zijn gestorven tijdens het bewaken of herstellen van vrijheid. Mooi vind ik dat, want het maakt het herdenken heel breed. Vroeger, in de jaren ’60 van de vorige eeuw, toen ik nog een kind was, werden vooral de doden uit de tweede wereldoorlog herdacht en steevast was deze periode voor mijn vader de gelegenheid om ons over die moeilijke periode te vertellen. Moeilijk, maar ook best wel spannend voor een jongen van toen 14 of 15 jaar. Als ik dat vergelijk met mijn kleinkinderen van nu, ook van diezelfde leeftijd, dan is er ongelofelijk veel veranderd.

Van een maatschappij, die bestond uit verenigingen, clubs en kerkgenootschappen, zijn we terecht gekomen in een samenleving waarin de individuele mens centraal staat. We doen allemaal ons eigen ding, kijken ons eigen TV programma op ons eigen tablet of onze eigen telefoon. We communiceren via de mail of nog liever via WhatsApp  en van een vaste telefoon in onze huiskamer, in de jaren ’50 het toppunt van moderne techniek, zijn we nu beland in de tijd van mobieltjes die alles kunnen en waar onze (klein)kinderen, als het echt nodig is, ook nog mee bellen.

Meer dan 75 jaar vrijheid heeft heel veel goeds gebracht, maar toch ook een stukje verarming, vooral in de intermenselijke contacten, alhoewel we in deze periode van de coronapandemie, waarin het nog steeds lastig is elkaar spontaan te bezoeken, maar al te blij zijn met Skype, Zoom en Facetime. Het is jammer dat vanwege diezelfde pandemie ook het herdenken en vieren veel minder massaal zal zijn dan andere jaren. Toch heeft ook deze bizarre tijd zo z’n eigen bijzondere momenten. Zo moet ik op dit moment terug denken aan de toespraak van onze koning vorig jaar op die verder volstrekt lege Dam. In al zijn eenvoud en eenzaamheid was het een indrukwekkend gebeuren. Het is een moment dat ik niet snel zal vergeten.

Herdenken en vieren moeten altijd doorgaan, op welke manier dan ooit. Want mensen mogen niet worden vergeten, nooit en vrijheid is nooit vanzelfsprekend.

Marianne Visch – de Bruin

‘Testen en vaccineren …’

(Column: Kronkel 9 april 2021)

Gisteravond was het in het nieuws: musea en theaters mogen weer open, er mag weer publiek bij voetbalwedstrijden en er kunnen weer evenementen plaatsvinden. En dat is goed nieuws want, laten we eerlijk zijn, veel mensen willen graag weer iets ondernemen. We zijn het binnen zitten beu en veel mensen zijn wel een beetje uit gewandeld. Ik niet trouwens, ik vind het nog steeds heerlijk om buiten te lopen en de natuur tot leven te zien komen. Maar dat terzijde.

Er komt dus weer wat ruimte, we ‘mogen’ weer wat meer. Toch zitten er een heleboel mitsen en maren aan die openstelling van musea en theaters. Zo moeten we, als we naar binnen willen, een negatieve coronatest laten zien. Dat moet nu trouwens ook als we in Duitsland willen tanken, maar ook dat terzijde. Die coronatesten kunnen we laten afnemen op commerciële testlocaties. Zo eentje, die ik een paar weken zag verschijnen bij mij om de hoek op het winkelcentrum. In een leegstaand winkelpand verscheen zo’n testlocatie en zo af en toe zie ik er inderdaad iemand naar binnen gaan. Ja, dacht ik toen, zo werkt dat nu dus.

Er wordt gezocht naar mogelijkheden om toch mensen weer ruimte te geven. Nu eerst de musea en theaters, binnenkort vermoedelijk ook de terrassen en wellicht, ik hoop het tenminste, volgen ook de kerken. En ik vroeg me af: meten wij ook ‘onze’ mensen, laten testen? Dat zou natuurlijk kunnen, maar veel van onze kerkbezoekers zullen langzamerhand zijn gevaccineerd. We zouden het nu een geluk kunnen noemen dat veel kerkgangers ouder zijn en inmiddels zijn velen van hen ingeënt. Laten we hopen dat we op korte termijn ook voor deze mensen onze deuren weer wijd open kunnen zetten. Laat iedereen weer welkom zijn want ik blijf het lastig vinden, die lege kerk …

Misschien met Pinksteren? Dat zou fijn zijn!

Marianne Visch – de Bruin

‘Vrouwen’

(Column: Kronkel 12 maart 2021)

Als het goed is, leest u deze kronkel wanneer u net heeft gestemd of misschien moet u nog wel gaan. In dat geval wens ik u veel wijsheid toe, want ik las dat de helft van de kiezers nog geen definitieve keuze heeft gemaakt. Opvallend in deze verkiezingsperiode was het aantal vrouwelijke lijsttrekkers en bij toeval zag ik een paar dagen geleden een stukje van het debat tussen de dames Ploumen en Kaag. Ik verbaasde me over de vriendelijkheid in het gesprek, want dat was het meer dan een debat en ik vroeg me af of dat te maken heeft met het feit dat vrouwen toch anders zijn dan mannen. Ben daar overigens nog niet uit.

Vrouwen, ze hebben mijn denken de afgelopen weken behoorlijk in beslag genomen en dat komt natuurlijk door de meditaties die ik voor ‘Pasen in Vaassen’ verzorgde. Ook hier stond een aantal vrouwen centraal; vrouwen die in het leven van Jezus een rol hebben gespeeld. Ik vind het belangrijk dat vrouwen de aandacht krijgen, die ze verdienen, ook in de Bijbel. In de verhalen over Jezus zien we dat hij een, voor zijn tijd heel vooruitstrevende relatie onderhoudt met vrouwen. Hij behandelt hen min of meer als ‘gelijke’ en dat is best bijzonder voor de tijd waarin hij leefde. In elk geval behandelt hij hen als gelijkwaardig en daar kunnen wij, anno 2021 best nog wat van leren.

Elk jaar op 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Meestal denk ik daar niet aan, maar ik word er ieder jaar aan herinnerd in mijn 40-dagenkalender want 8 maart valt altijd in de 40-dagentijd. Midden in die periode van bezinning waarin we op weg zijn naar Pasen, wordt aandacht gevraagd voor ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Sommige mensen worden kriegel van dit woord, ze vinden het gewoon gezeur en hier in Nederland, in heel West Europa trouwens streven we inderdaad heel serieus naar die gelijkwaardigheid. Vrouwen en mannen hebben gelijke rechten maar worden in dezelfde functie nog steeds niet gelijk beloond. Het is goed dat daarvoor aandacht is en het viel mij op dat het nu ook vooral jonge vrouwen, meisjes, zijn die daarbij voorop gaan. Denkt u maar aan Malala, die strijdt voor onderwijs aan meisjes in Pakistan of aan Greta Thunberg, die al dan niet ongewild, het beeld is geworden van de aandacht voor het klimaat.

Laten we daarom toch maar elk jaar op 8 maart, midden in de 40-dagentijd, even stil staan bij al die vrouwen, die in het groot en in het klein, ook hun steentje bijdragen aan een beter leefklimaat voor alle mensen!  

Marianne Visch – de Bruin

‘Vriezen en dooien’

(Column: Kronkel 19 februari 2021)

Heeft u ook zo genoten van de prachtige plaatjes. Dikke pakken sneeuw, ijs in het kanaal en bij ons op de vijvers. Er kon een paar dagen lang volop worden geschaatst want het vroor dat het kraakte. Natuurlijk was er ook ongemak. Voor het eerst in jaren was het weer moeilijk om mijn moeder te bezoeken op haar verjaardag want de wegen waren die dag vrijwel onbegaanbaar. Gelukkig werd dat in de loop van de week beter en kon ik tijdens mijn wandelingen genieten van de prachtige, verstilde natuur.
En nu, nu is alle sneeuw weer weg en lijkt het erop dat de lente er aan komt. Temperaturen van 15ºC en meer worden ons beloofd en ja, daar kan ik me bijzonder op verheugen.

’Het kan vriezen, het kan dooien’, zo luidt een oud Nederlands spreekwoord en daarmee bedoelen we natuurlijk dat de dingen niet zeker zijn, dat alles nog mogelijk is. Dat geldt voor de avondklok, waarvan we niet weten of die blijven kan en dat geldt ook voor de ontwikkeling van het coronavirus. Krijgen we nu wel of niet een derde golf? En helpt het echt als we ons allemaal laten vaccineren? Ook dat weten we natuurlijk niet, maar we hopen het wel en dus is het dringen bij de vaccinatiestraten. Hoop en vrees, vriezen en dooien. Het kan alle kanten op gaan.

Op het moment dat ik dit schrijf is net de 40-dagentijd begonnen en gaan we die periode in waarin we door de woestijn op weg gaan naar Pasen. De kalender van dit jaar probeert ons te helpen op zoek te gaan naar manieren om een balans te vinden in het leven. Niets is zeker, we komen steeds weer voor onverwachte gebeurtenissen te staan en het vraagt wel wat van ons om daarmee om te gaan. In het nieuws lees ik natuurlijk de verhalen van ondernemers, die het water tot aan de lippen staat en over scholieren die psychisch in de knoop raken doordat ze geen mensen kunnen ontmoeten. Ook ouderen zijn veel alleen, ook in onze geloofsgemeenschappen en dus ga ik toch zo af en toe bij hen op bezoek. Gewoon even een praatje maken, op afstand natuurlijk, maar toch… Zoeken naar elkaar, naar contact met de ander om samen verder te gaan. Allemaal zoeken we naar balans in het leven van alledag.
Het kan vriezen, het kan dooien …   

Marianne Visch – de Bruin