‘Koffie-ochtend’

(Column: 10 november 2022)

Op het moment dat ik dit schrijf ligt de eerste koffie-ochtend van dit seizoen al weer een paar weken achter ons.
Koffie-ochtend. Als je niet ingewijd bent in de traditie van ons kerkje kun je je er van alles bij voorstellen. Is het alleen maar koffiedrinken of nog iets meer? Het is meer.
En dat “meer” varieert dan per bijeenkomst. Een serieus of luchtig onderwerp. Een literaire, filosofische of religieuze ondertoon. Een lange of een korte inleiding. Plenaire discussie of – zoals de laatste keer – interactief in tweetallen. Al is het altijd wel zo dat de ochtend eindigt met een gesprek waar iedereen aan deelneemt. De huiselijke sfeer en een beperkt aantal aanwezigen maken dat mogelijk.

En de koffie? Tenslotte verleent de bijeenkomst daaraan haar naam. Het ligt voor de hand daarbij te denken aan het tijdstip, ’s morgens om half elf. Maar er is nog iets anders. Gezamenlijk koffie (of thee) drinken is een sociaal ritueel. Ik las zelfs ergens dat koffie of thee drinken met vrienden een probleem lichter kan maken. Niet oplossen natuurlijk, maar op de één of andere manier draaglijker maken, omdat het de aandacht naar het moment trekt, naar het nu, naar het samenzijn. Het zou zelfs voor positieve veranderingen in onze hersenen zorgen, die ons communicatief en ontspannen maken.

Wat daarvan allemaal waar is en of het degelijk onderzocht is weet ik niet. Maar zouden er niet heel wat problemen en ruzies voorkomen kunnen zijn als maar iemand op het juiste moment aan “koffie” had gedacht?

Maria Bolijn

‘Een nieuw begin’

(Column: Kronkel 29 september 2022)

Op 2 september schreef Marianne Visch op deze plek een laatste ‘kronkel’, voorafgaand aan haar feestelijke afscheidsviering. En feestelijk wás het.
Maar de tijd gaat verder en op dit moment is de – ook al feestelijke – viering van mijn intrede in de vrijzinnige geloofsgemeenschap Vaassen alweer achter de rug. Dat was op 25 september en inmiddels ben ik aan de slag gegaan. Waar moet je beginnen? Voor mij staat het bezoeken van leden van “het kerkje” hoog genoteerd. Je verbinden aan een geloofsgemeenschap betekent immers elkaar naderen en van elkaar leren. En dat doe ik. Het zijn mooie en soms ook moeilijke gesprekken. En soms gaat het gewoon alleen maar om kennismaking. Voor mij een nieuw begin, dat in ieder geval.

Volgens woestijnvader Silvanus, een wijze monnik die leefde in de vierde eeuw, geldt voor iedereen dat je altijd opnieuw kan beginnen. Niet alleen elke dag, maar zelfs ieder uur, mits je “een werker” bent. Ik zou dan haast denken: dan kan het ook ieder ogenblik. Geen lange voorbereidingstijd maar gewoon kijken wat je op dit moment het beste kan doen. Of laten, wat soms nog veel lastiger is.

Wijze woorden van Silvanus, de moeite waard om je erdoor te laten inspireren!

Maria Bolijn

‘Vooruitkijken’

(Column: Kronkel 2 september 2022)

Wanneer u deze kronkel leest, is mijn feestelijke afscheidsdienst achter de rug en ben ik met vakantie. Op het moment dat ik deze kronkel schrijf, is het bijna mijn laatste werkdag. Morgen heb ik nog een afscheidsbezoek en later op de dag heb ik overleg met Maria, mijn opvolgster en met Lous, mijn trouwe secretaresse. Toch mooi om op deze manier een lange periode van samenwerken af te sluiten en te weten dat er geen zorgen hoeven zijn over een onzekere periode van vacant zijn.

De laatste weken heb ik telkens weer dezelfde vraag gekregen: Wat ga je straks doen als je niet meer werkt? Denk je dat je in een gat zult vallen? Tja, dat is natuurlijk koffiedik kijken want ik heb geen idee of ik een leegte zal ervaren. Om het maar met Pippi Langkous te zeggen: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’ Er liggen nog heel veel opruimklusjes op me te wachten en ik denk dat ik een bezoekje ga brengen aan het Vaassens Museum want ik heb nog wat spullen van mijn vader staan, die daar wellicht worden gewaardeerd.

Maar na twee kronkels terugkijken wil ik nu graag met u vooruitblikken. Er gaat nogal wat veranderen in kerkelijk Vaassen want ook de meeste van mijn collega’s, waar ik lange jaren mee heb samengewerkt, gaan op niet al te lange termijn vertrekken of zijn al met pensioen. Vaassen telt toch best een groot aantal kerken/geloofsgemeenschappen, die op de een of andere manier niet echt aan samenwerken lijken te kunnen toekomen. En dat vind ik jammer want we putten immers allemaal uit dezelfde Bron. We lezen dezelfde Bijbel en zingen vaak dezelfde liederen, dus waarom al die verschillende kerken….

Bij mijn afscheid luisteren we in ons (naar ik hoop) overvolle kerkje naar Paul van Vliet. Hij zingt over een optocht door de tijd waarin we, dat is gek, steeds weer langs dezelfde plek komen. Hoe mooi zou het zijn als we in die optocht door de tijd elkaar kunnen vasthouden, ietsje dichter bij elkaar kunnen komen en elkaar kunnen en mogen helpen op weg naar eenheid, naar samenwerking om zo op weg te gaan naar een gezamenlijke toekomst. Een droom, een fantasie? Misschien maar

‘Waar mensen putten uit de bronnen van droom als werk’lijkheid,
  daar is Gods toekomst al begonnen in onze levenstijd.’

Het ga u allen goed!   

Marianne Visch – de Bruin

‘Terugblikken (2)’

(Column: Kronkel 12 augustus 2022)

‘Vele wegen leiden naar Rome’, zo luidt een bekend spreekwoord en dat betekent dat er veel manier zijn om je doel te bereiken. Er leiden ook een aantal wegen van mijn woonplaats Apeldoorn naar Vaassen en eentje daarvan is het inmiddels overbekende fietspad, dat aan het einde van de vorige eeuw (wat klinkt dat lang geleden!) is aangelegd op de plek van de voormalige spoorweg, de zgn. Baronnenlijn.

In de afgelopen jaren heb ik heel, heel veel keren over dit fietspad de 7 km. tussen mijn huis en Vaassen afgelegd. In elk geval meerdere keren per week en soms twee of wel drie keer per dag! Natuurlijk ging ik ook wel met de auto, want ook ik laat me niet moedwillig natregenen als het niet hoeft, maar al vrijwel direct na het begin van mijn werkzaamheden voor het kerkje kocht ik mijn eerste e-bike. Hoeveel kilometers ik daarmee heb gereden weet ik niet, maar de computer op mijn nieuwe fiets, inmiddels 3 jaar oud, geeft nu al een stand aan van ruim 12.000 km., die natuurlijk niet allemaal op dat ene fietspad zijn afgelegd.

Op dat fietspad heb ik de seizoenen aan me voorbij zien gaan. Ik zag in de lente elk jaar de ooievaars terugkomen en een paar maanden later de jongen uitvliegen. Ik zag de struiken en bomen uitbotten en genoot van al het jonge groen. Ik hoedde me voor de eikenprocessierups, want er staan heel veel eikenbomen langs het fietspad en in de zomer waren er de vele toeristen, die ook het fietspad hadden ontdekt, of die het klompenpad liepen dat bij de Watermolen begint. En op heldere dagen in de winter genoot ik van de ruimte en de stilte om me heen, die me de gelegenheid gaven om na te denken en de gesprekken, die ik vaak had gevoerd, te evalueren.

Maar het meest heb ik genoten van de herfst. Van de mistige dagen waarbij de molen op een gegeven moment opdoemde, de schapen en de paarden me vanuit de nevel aankeken,  en de spinnen prachtige webben maakten in het gras en de struiken langs het pad.

Natuurlijk ga ik straks de mensen het meest missen, maar toch…..

Marianne Visch – de Bruin

‘Terugblikken (1)’

(Column: Kronkel 29 juli 2022)

In deze zomermaanden ben ik bezig met afscheid nemen. Ik had altijd al de gewoonte om in juli en augustus veel mensen te bezoeken want onze geloofsgemeenschap telt veel oudere leden en die zijn in de zomermaanden meestal thuis. Dit jaar zijn die bezoeken toch even anders want alles is ‘de laatste keer’. Het voordeel van een relatief kleine geloofsgemeenschap is dat ik echt vrijwel iedereen persoonlijk ken en bovendien, in tien jaar is het mogelijk om echt een band met elkaar op te bouwen.

Terugkijkend op die tien jaar valt het me op dat ‘we’ wat ledenaantal vrijwel gelijk zijn gebleven. Natuurlijk zijn er mensen gestorven, maar steeds opnieuw zien we ook nieuwe gezichten in het kerkje en dat mag best uitzonderlijk worden genoemd in een tijd waarin kerken leger en leger lijken te worden en de coronacrisis heeft de kerken ook niet echt geholpen.

Al gelijk bij mijn komst in Vaassen maakte ik kennis met de collega’s van de andere kerken en ik zie terug op een heel prettige samenwerking. We hadden fijne gesprekken, meestal in het parochiehuis van collega Vroom, maar soms ook op andere plekken. We gingen samen op de foto op de kap van de molen en probeerden gezamenlijk dingen te organiseren. Tijdens de kanselruil wisselden we van werkplek en ik voelde me thuis in de andere kerken waar ik voor mocht gaan, maar misschien komt dat wel omdat ik echt een Vaassens ‘meisje’ ben.

Vanaf 2014 schreven we gezamenlijk een ‘kerkkronkel’ in het Vaassens Weekblad en ik kan maar moeilijk wennen aan het ‘Tussen de Sprengen’. Ik heb het even nagekeken want ik ben wel van de lijstjes, ik schreef bijna 100 columns en ik heb de afgelopen jaren veel bewondering gekregen voor de columnisten van de landelijke bladen, die meerdere malen per week, of zelfs dagelijks zo’n stukje schrijven. Het was lang niet altijd gemakkelijk om inspiratie te vinden, maar ik heb het altijd met heel veel plezier gedaan.

Nog twee keer mag ik bij u terugkomen en van die gelegenheid maak ik graag gebruik om wat herinneringen op te halen. Wordt dus vervolgd…..   

Marianne Visch – de Bruin

‘Hepi…’

(Column: Kronkel 27 mei 2022)

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik een paar keer per jaar voorging op een camping. In de jaren ’60 en ’70 was het op veel campings gebruikelijk om op zondagochtend een laagdrempelige kerkdienst te houden in de kantine of gewoon ergens buiten. Die diensten werden geleid door plaatselijke predikanten, maar ook dikwijls door vrijwilligers. Mijn vader leidde jaren lang eens per jaar zo’n dienst op camping ‘de Wildhoeve’.

Wel, ik deed dat dus ook nog tot voor een paar jaar geleden op campings in Brabant en Zuid-Holland. Een van die keren was op de zondag tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren. En waar deze campingdiensten op de meeste zondagen een wat zieltogend bestaan leidden, was het op deze zondag heel erg druk. Er was een complete band op de camping neergestreken, die vol enthousiasme meewerkte aan de kerkdienst en de kantine zat vol met jonge gezinnen.

Voor mij, als voorganger van een springlevende, maar toch wat vergrijzende vrijzinnige geloofsgemeenschap, was dat een bijzondere belevenis, die ik nooit ben vergeten.
Na afloop van de dienst stond ik nog even na te praten met de campingmanager, die blij was met de drukte in de dienst, maar zelf eigenlijk geen voeling had met een kerkdienst. We spraken over de bezetting van de camping en hij vertelde me dat deze twee weken de drukste van het hele jaar waren en dit weekend tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren heet in de campingwereld, en misschien nog wel in andere sectoren het ‘Hepi-weekend’. Ik had daar nog nooit van gehoord, maar nu we weer in diezelfde week leven, moet ik er weer aan denken: ‘Hepi’ is, zoals u ongetwijfeld begrijpt een samentrekking van Hemelvaartsdag en Pinksteren.

En dus vertelde ik hem op mijn beurt over de betekenis van Hemelvaartsdag en Pinksteren, twee kerkelijke feesten, die voor veel mensen niet veel meer betekenen dat twee lange weekenden achter elkaar en dus een goede gelegenheid voor een vakantie ergens op een Nederlandse camping.

Hemelvaartsdag en Pinksteren vormen het sluitstuk van de zgn. kerkelijke kalender, die met Advent begint en traditioneel heet In de kerk de zondag tussen die beide feestdagen ‘wezenzondag’. Dat is een heel oude benaming. Op Hemelvaartsdag zagen de leerlingen van Jezus hun meester voor hun ogen naar de hemel gaan en het duurde tot Pinksteren, tien dagen dus, voor de Geest voelbaar werd en ze de moed hadden de wereld in te trekken.

Hepi-weekend of wezenzondag, wat een wereld van verschil. Of toch niet?

Marianne Visch – de Bruin

‘Bijna Pasen’

(Column: Kronkel 12 april 2022)

Op het moment dat u deze column leest, is het bijna Pasen.
Afgelopen zondag was het Palmzondag. Ik heb eigenlijk geen idee of er nog een Palmpasen optocht is geweest in het dorp. Vroeger, toen ik een meisje was, was dat wel zo en het was altijd de kunst om de mooiste stok te maken. Een stok in de vorm van een kruis, eentje met een grote broodhaan, wat groen en veel eitjes, die we tot een sierlijke ketting regen. En later natuurlijk alles opeten. Die palmpaasstok is een stok, die bol staat van de symboliek en hij ontstond toen het protestantisme in Nederland de overhand kreeg. De prachtige processies, zo herkenbaar in de Katholieke kerk, mochten niet meer en zo ontstond rond Palmpasen de palmpaasstok waarin toch het lijdensverhaal van Jezus werd gesymboliseerd. Een beetje stiekem dus.. Tja, zo ging dat vroeger.

Direct na Pasen begint dan de Stille Week.
‘Stille Week’, zo noemen we die week tussen Palmzondag en Pasen. ‘Goede Week’ wordt hij ook vaak genoemd of, minder bekend en een tikje ouderwets ‘Heilige Week’. Het is de week waarin we als kerken in gedachten met Jezus op weg gaan naar Jeruzalem. Voor het eerst sinds het begin van de coronacrisis kunnen we als gezamenlijke kerken weer korte vespers houden op maandag, dinsdag en woensdag.  Daarna wordt er in de verschillende kerken, ieder op eigen wijze, maaltijd gevierd op de donderdag of vrijdag en in het kerkje aan de Deventerstraat kunt u op Goede Vrijdag als vanouds weer komen luisteren naar een passiecantate.

Daarna volgt dan in veel kerken op Stille Zaterdag de Paaswake: we herdenken de opstanding van Jezus bij het krieken van de ochtend van die dag. Wat fijn dat we elkaar op Paasmorgen kunnen ontmoeten bij een paasjubel of misschien wel een paasontbijt. In elk geval wordt vanaf 10.00 uur het Paasfeest gevierd in alle kerken.

Het is een bijzondere week, die Stille Week. Het is de enige week in het jaar dat ik elke dag in de kerk kom…..
Ik wens u allen een vrolijk Paasfeest toe.

Marianne Visch – de Bruin

‘Laten we hoop houden’

(Column: Kronkel 4 maart 2022)

Afgelopen week begon de 40-dagentijd en tegelijkertijd kwamen er schokkende berichten over oorlog binnen uit het oosten van Europa. Velen van ons zijn verbijsterd, boos en ook bang. Van alle kanten worden acties opgestart: er worden geld en goederen ingezameld, er wordt ruimte gemaakt voor vluchtelingen en op allerlei manieren proberen we woorden te geven aan dat wat ons bezighoudt. Vanuit de landelijke organisatie van vrijzinnige kerken kwam onderstaande tekst bij mij binnen. We lazen hem afgelopen zondag in ons kerkje en ik wil hem hier graag met u delen omdat woorden tekort schieten . . .

Eeuwige,
Op dit moment zien wij kwade krachten die schijnbaar ongehinderd te werk gaan,
Lezen we over hulpeloze mensen die verdreven worden door oorlogsgeweld,
En weten we van mensen die sterven, die lijden, voor… voor wat eigenlijk?
Voor de honger naar macht?
Voor de ego’s van machthebbers?

Eeuwige,
U laat de aarde niet trillen, u grijpt niet in met almacht,
Maar u kunt wel alle slachtoffers nabij zijn.
Geef de mensen die het gevoel hebben dat zij een speelbal zijn van machten,
Dat zij opgegeven zijn, dat er niemand naar hen omkijkt,
Het gevoel dat zij door u worden gedragen.

Eeuwige,
Geef ook aan mij een plek voor al mijn gedachten en frustraties,
Mijn woede over mijn onmacht,
Mijn woede over deze gebeurtenissen,
Mijn woede over hoe oneerlijk alles is,
Mijn eindeloze frustraties.

Eeuwige,
Geef hoop.
Aan de slachtoffers.
Aan mij.
Laat de hoop nooit verdwijnen.
Laat nooit het geloof in goedheid verdwijnen.
Want als we dat verliezen, hebben de kwade krachten pas echt gewonnen.
Amen  

Marianne Visch – de Bruin

‘Drie koningen’

(Column: Kronkel 7 januari 2022)

Op het moment dat ik deze kerkkronkel schrijf is het 6 januari, Driekoningen dus. Als ras protestant ben ik  niet opgegroeid met de traditie van het feest van Driekoningen.

O ja, op 2e kerstdag ging het verhaal vaak over de wijzen uit het oosten, het verhaal dat ons door de evangelist Mattheus wordt verteld, maar drie koningen en een kerststal, nee dat kenden wij thuis niet. Het verraste ons dan ook toen mijn vader een jaar of tien geleden, zo tegen kersttijd, tegen ons zei dat hij wel graag een kerststalletje wilde hebben.
We hebben hem toen eerst wat verbaasd aangekeken, maar de vraag bleef en dus gingen mijn man en ik op zoek naar Maria en Jozef, naar een os en een ezel, herders, de drie koningen en natuurlijk een kindje Jezus. Het bracht ons eind november of zo bij Intratuin en we verbaasden ons daar over alle kersttaferelen, die er waren uitgestald en ergens in een hoekje van de winkel kwam een doos tevoorschijn met kerststalfiguren. We brachten die toen naar mijn ouders en ik zal nooit het gezicht van mijn vader vergeten toen hij de doos openmaakte; verbaasd, maar ook heel blij en sinds die tijd stond de ‘kerststal’ op een groen servet op de buffetkast in de woonkamer van mijn ouders.

Toen wij, vorig jaar januari, bezig waren het huis van mijn vader op te ruimen, stond die stal daar nog want mijn vader had Maria en Jozef rond eerste Advent, net als de voorgaande jaren, weer op de kast gezet. Ik nam ze mee naar huis en mijn man besloot nu een ‘echte’ stal te maken voor die vertrouwde figuren. Zo kwam het dat ze dit jaar dus een eigen onderkomen hadden, bij ons thuis op de kast.
De ster stond erboven te stralen en er was zelfs een lege kribbe zodat ik, traditiegetrouw, op kerstavond het kindje Jezus in die kribbe kon leggen.

Wat een prachtige traditie is het eigenlijk: zo’n kerststal. Wij maakten onze jongste kleinkinderen op deze manier vertrouwd met het verhaal over de geboorte van Jezus, over de herders in het veld en over de drie koningen, die stap voor stap dichter bij de stal kwamen.

En nu is het feest van Drie Koningen daar, de wijzen zijn aangekomen, maar ik laat de stal nog even staan.

Vanaf deze plaats, achter mijn bureau in Apeldoorn, wens ik u een voorspoedig, gezond en zonnig 2022 toe!  

Marianne Visch – de Bruin

‘Nieuw”

(Column: Kronkel 19 november 2021)

Vorige week maand hij uit: de NBV21, dat is de Nieuwe Bijbelvertaling 2021. ‘Alweer’, dacht ik toen ik het las. Sinds de verschijning van de ‘oude’ NBV in 2005, kregen we een nieuw liedboek ter vervanging van de bundel uit 1973 en een paar jaar later lag de ‘Bijbel in de gewone taal’ in de winkel. Nog weer later verscheen een hernieuwde Statenvertaling van het ‘goede Boek’ en ook de Naardense Bijbel en de Willibrord vertaling verschenen recent in een herziene uitgave. En, o ja, ook de psalmen zijn dit jaar hertaald en opnieuw uitgebracht want die waren in het nieuwe liedboek hetzelfde gebleven als in dat van 1973.
Kunt u het nog volgen? Ik denk het niet, maar dat kan ik u ook niet kwalijk nemen.

Natuurlijk probeer ik op de hoogte te blijven van al die veranderingen, ik vind dat dat bij mijn werk hoort, maar ik heb heel even getwijfeld of ik die NBV21 wel zou aanschaffen. Weer een nieuwe vertaling met maar liefst 12.000 veranderingen of aanpassingen.

De Bijbel is het meest gelezen boek ter wereld. De oorspronkelijke tekst is heel oud en geschreven in talen, die inmiddels al lang niet meer worden gesproken. Maar onze taal, levende taal, is volop in ontwikkeling en verandert in een snel tempo. Daarom proberen de Bijbelvertalers die oude teksten toegankelijk te houden voor mensen van deze tijd. Dat begrijp ik best, maar nog altijd vind ik het jammer dat de ‘kribbe’ uit het kerstevangelie vervangen is door een alledaagse ‘voederbak’ en de ‘herberg’ wordt in deze nieuwe vertaling een ‘gastenverblijf’. Natuurlijk moet taal begrijpelijk zijn, maar Bijbelse taal is oude taal, geschreven in een heel andere tijd. De verhalen zijn vol betekenis en kunnen ons, ook vandaag de dag, nog heel veel leren. En soms, in bekende teksten, is die oude taal dan vertrouwder, poëtischer en juist daardoor begrijpelijker.

Toch ligt de NBV21 inmiddels op mijn bureau en heel nieuwsgierig ben ik inmiddels juist die oude, vertrouwde en bekende teksten opnieuw gaan lezen….

  Marianne Visch – de Bruin