‘Mijmeren’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 12 oktober 2018)

Het is herfst! Na een werkelijk schitterende zomer moeten we ons nu voorbereiden op het winterseizoen. De natuur doet dat met een zeldzame kleurenpracht waar ik jaar op jaar intens van geniet en waarvoor ik nauwelijks woorden kan vinden, zo mooi! Elk jaar weer ben ik ervan overtuigd: de herfst is het allermooiste seizoen. Alleen jammer dat daarna die koude winter komt…

Herfst, tijd van loslaten. Dat is overduidelijk. De kastanjes van de boom achter ons huis liggen allemaal al op de grond en aan de voorkant kraken de eikels onder onze schoenen. Het blad laat zijn takken los en dwarrelt naar beneden. Herfst, loslaten. Mijmeren en stilstaan bij wat was. Afscheid nemen van wat goed was. Deze herfstdagen passen goed bij mijn gevoel van vandaag want een vriendin ontviel ons. Het overviel ons, al wisten we dat ze heel ziek was. Toch liet ze zomaar los, net als die kastanjes achter ons huis en het zet ons, mij in elk geval, aan het denken over de betrekkelijkheid van het leven. Niet iedereen was er al aan toe, maar zij wel. Ze ging als dat blad dat de boom losliet.
Daarom deel ik met u in deze kerkkronkel van vandaag een gedicht van Rikkert Zuiderveld.
Een gedicht over herfst, over loslaten en over mijmeren over wat eens was.

Het is herfst hier in ons dorp en het regent in de straten
Ergens hangt een laatste blad dat z’n tak niet los wil laten
Maar de wind waait waarheen hij wil
Hoor je wel – hij roept je
De wind waait waarheen hij wil
Dan val je wel  al wil je niet – dan moet je
Alles wat je tegenzat valt nooit meer weg te praten
Ben jij als het laatste blad dat zijn tak niet los wil laten
Maar de wind waait…
Alle houvast die je had – wat je lief had, wat je haatte
of je koestert als een schat maar toch moet achterlaten
Maar de wind waait…
De wind waai waarheen hij wil
Huil je nu of lach je
Hij vangt je wel al durf je niet – nu mag je.

(tekst: Rikkert Zuiderveld)

Marianne Visch – de Bruin

‘Leren van elkaar’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 7 september 2018)

De vakanties zijn weer voorbij en onze kinderen en kleinkinderen zijn weer naar school. Alles is weer gewoon na een prachtige, maar wel gloeiend hete zomer. Zo gaat het in ons dorp en dat is goed, maar ondertussen wordt er in Den Haag gedemonstreerd, lezen we artikelen in de kranten en zien we interviews op TV waarin het gaat om twee kinderen voor wie niets meer gewoon is, want ze moeten het land verlaten waar ze zijn opgegroeid. Tot op het hoogste niveau wordt er aan touwtjes getrokken om deze twee kinderen toch in Nederland te laten blijven. Maar tot op heden, het is nu donderdag, lijkt al dit protest tot niets te leiden. Het is niet de eerste keer, we hebben al vaker met dit soort situaties te maken gehad en vaak betekende al die media-aandacht dat de betreffende kinderen alsnog in ons land mochten blijven, althans voorlopig.
Dit keer lijkt het anders te gaan. De verantwoordelijke staatssecretaris houdt voet bij stuk en ook in de volksvertegenwoordiging is geen meerderheid te vinden om het tij te keren. Regels zijn regels en uitgeprocedeerd is uitgeprocedeerd. Een radio-enquête wees uit dat ook van de ‘gewone’ Nederlanders de meerderheid vindt dat het wel oké is dat deze kinderen worden uitgezet naar een land waar ze nog nooit zijn geweest en waarvan ze de taal niet eens kennen. ‘Hoe is het toch mogelijk’?, vroeg ik me af. Dit kan toch niet echt gebeuren?!

Het is september en dat betekent dat in de kerken traditioneel weer de vredesweek wordt gehouden. Het thema is dit jaar ‘Generaties voor vrede’. In de aankondiging lees ik dat jongere generaties inspiratie putten uit rolmodellen van ouderen. Daarbij valt te denken aan voorbeelden uit familie of, breder gekeken, voorbeelden uit de (wereld)geschiedenis. Genoemd worden dan de jongeren die in de VS massaal in actie komen tegen het wapengeweld of, dichter bij huis, jonge mensen, die opnieuw het kernwapenprobleem onder de aandacht brengen. Prima initiatief! ‘Vrede kun je leren’, lees ik in de Vredeskrant. ‘leren van elkaar en samen verder gaan’. Prachtig, maar laten wij hopen dat onze jongeren in het geval van het wegsturen van kinderen niet teveel van ons leren……

Marianne Visch – de Bruin

‘Verdwenen en weer terug….’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 5 juli 2018)

Kent u dat boek ‘hoe God verdween uit Jorwerd’? Geert Mak schreef het in 1996 en het boek gaat over de toenemende ontkerkelijking in Nederland. Als voorbeeld beschrijft Mak het leven in het Friese dorp Jorwerd (tegenwoordig officieel geschreven met een ‘t’) vroeger en nu (1996 dus).

Wel, naar dat Jorwert ging het jaarlijkse uitstapje van onze geloofsgemeenschap. Eens per jaar gaan we er met een deel van onze leden op uit en dit keer gingen we dus naar Friesland omdat daar in Jorwert plannen zijn voor een klooster. En onder ‘klooster’ wordt dan een plek verstaan waar men terecht kan voor bezinning, rust en stilte. ’Nijkleaster’ moet het gaan heten en de PKN heeft er geld voor vrijgemaakt uit het pioniersfonds. Om meer bekendheid te krijgen worden ontmoetingen georganiseerd. Wij waren dus zeer welkom en twee van onze leden hadden de dag geweldig voorbereid. Na een openluchtkerkdienst in het dorp Leons (spreek uit: Leuns), die heel passend de herderspsalm, psalm 23 als thema had, dronken we koffie met iets lekkers. De dienst vond plaats tussen de weilanden en naast de prachtige oude kerk. Na de koffie vertrok een deel van de groep o.l.v. een gids dwars door de weilanden, die hier ‘grienden’ heten naar Jorwert. Het was een heerlijke wandeling van ongeveer een uur die grotendeels in stilte werd gelopen. We lunchten in het plaatselijke café met uitzicht op de kerk en in de middag dachten we na over psalm 8 in de kerk van Jorwert. De kerk van Jorwert maakt straks, als alles doorgaat, deel uit van dit nieuwe klooster. Kortom, het was een prachtige dag, gevuld met stilte en bezinning, in een dorp waar God verdwenen was, maar weer terug lijkt te zijn. En de oude pastorie? Die wordt nu bewoond door de schrijver van het boek.

Meer weten: www.nijkleaster.nl

Marianne Visch – de Bruin

‘Glamping’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 15 januari 2018)

Na alle feestelijkheden, die horen bij de overgang van het oude naar het nieuwe jaar, is iedereen inmiddels weer over gegaan tot de orde van de dag. De kinderen zijn weer naar school, de kerstbomen opgehaald of ingeleverd en de bloemisten doen goede zaken in de verkoop van kamerplanten onder het motto ‘kerstboom eruit, kamerplant erin’.
In de kranten en op TV zijn de advertenties, die ons erop wijzen dat het zo gezellig is als we maar zoveel mogelijk eten kopen, vervangen door advertenties die ons vertellen dat het hoog tijd wordt om onze vakantie te boeken. En dan kunnen we natuurlijk snel en goedkoop per vliegtuig naar een of ander resort, all inclusive, maar ook de cruise is erg ‘in’. ‘Geheel verzorgd zoveel mogelijk prachtige plekken bekijken’, is dan de leus.
Maar er is een nieuwe trend want ook in de vakantiebranche is men zich ervan bewust geworden dat al die verre en o, zo goedkope vliegreizen natuurlijk een aanslag zijn op ons milieu vanwege de CO2 uitstoot en het brandstofverbruik. En dus spelen de reisorganisaties daarop in met georganiseerde fietsvakanties, met natuurreizen en met glamping. Heeft u daar wel eens van gehoord?
Als u een beetje TV kijkt, dan kan dat haast niet anders want de TV commercial daarover komt vrijwel dagelijks voorbij.
Glamping  is een samentrekking van de woorden glamourous en camping en het betekent dan dat u tijdens uw vakantie verblijft in een luxe tent met een echt bed, een ligbad en alle luxe die een vakantievilla ook bevat. Echter u verblijft op een camping, eentje met ***** dan wel natuurlijk.
Voordelen: de kinderen, als u die heeft, hebben alle pret van een luxe camping. Bovendien is er natuurlijk een volledig verzorgd programma voor hen. En voor de ‘glamperaar’ (zou dat ook een bestaand woord zijn?) betekent het een basic vakantie zonder gedoe want die luxe tent is natuurlijk helemaal al ingericht. U beleeft het buitengevoel zonder toestanden van sjouwen met spullen, naar toiletgebouwen moeten lopen, op luchtbedden slapen en ga zo maar door.

Tja, en terug van vakantie kunt u meepraten over het leven op de camping. Toch?! Nou ja, straks in mei pakken wij toch maar gewoon weer ons campertje en we zien wel waar die ons dit jaar brengt….

Vanaf deze plaats, achter mijn bureau in Apeldoorn, wens ik u een voorspoedig, gezond en zonnig 2018 toe!

Marianne Visch – de Bruin

‘BACA’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 29 november 2017)

Twee keer per jaar houden we in ons kerkje een ledenvergadering. Tijdens die vergadering worden de zakelijke dingen besproken en de financiën verantwoord. Zo hoort dat in een ordentelijke vereniging. Die vergaderingen verlopen vrijwel altijd gemoedelijk en duren niet lang.
Na de pauze is er dan gelegenheid om iets anders te doen: we maken muziek, we doen een quiz of we luisteren naar iemand, die iets te vertellen heeft, meestal vanuit de vereniging maar soms ook van daar buiten.

Dat laatste was afgelopen dinsdag het geval want we kregen drie stoere motorrijders op bezoek, bikers, zoals ze zichzelf noemen. U weet wel, van die stoere mannen en vrouwen in leren pakken. Ze zijn lid van een motorclub en ze willen graag komen vertellen. Vertellen over het vrijwilligerswerk dat ze doen. BACA, dat staat voor ‘bikers against child abuse’ en deze gedreven mensen zetten zich volledig en vrijwillig in voor kinderen die het slachtoffer zijn van mishandeling of van misbruik.
Twee mannen en een vrouw vertelden een uur over kinderen die bang zijn, die niet kunnen slapen, die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. Zij, en hun vele collega’s in Nederland en veel andere landen, proberen te helpen, door de angst van die kinderen weg te nemen. Hoe? Gewoon door er te zijn. Door desnoods 24 uur per dag voor de deur te staan zodat een kind niet meer bang hoeft te zijn want ze zien er stoer en vervaarlijk uit. Je voelt je veilig als je weet dat zij die engerd tegen zullen houden.

Het was een indrukwekkend verhaal, veel te lang voor deze column en dat is natuurlijk jammer. De mensen van het kerkje kregen dat indrukwekkende verhaal te horen en het duurde maar even of onze bikers kregen een spervuur van vragen of zich heen. Twee zijn me er bij gebleven. Hoe lang houden jullie dat vol, dat posten? Het antwoord: zo lang het nodig is, 24 uur per dag 7 dagen per week.
Net zolang tot een kind weer rustig slaapt. We wisselen elkaar af en zijn altijd met ons drieën.
Tweede vraag: hoe jong is het jongste kind dat jullie helpen: Antwoord: 2 ½ jaar…….

Woorden schieten te kort en mijn column wordt te lang als ik u nog veel meer wil vertellen, maar wilt u meer weten: www.dutch.bacaworld.org

Marianne Visch – de Bruin

Rode zon

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 21 oktober 2017)

Op het moment dat ik deze column schrijf, genieten we van een paar zeldzaam mooie nazomerdagen. De ene na de andere schitterende natuurfoto’s zie ik via de social-media voorbij komen en zelf heb ik daar ook volop aan meegedaan. Met wat een kleurenpracht neemt de zomer afscheid dit jaar. De bomen tooien zich in hun warmste rood- en bruintinten en als ik naar de bodem kijk, dan struikel ik bijna over de paddestoelen. Extra opmerkelijk is het grote aantal vliegenzwammen, die paddenstoel, die vanwege zijn rode kleur met witte stippen extra tot de verbeelding spreekt.

Maar dinsdag trok opeens iets anders onze aandacht: die rode, omfloerste zon. Met enige verbazing heb ik er naar staan kijken en mijn man kreeg zelfs een appje van onze kleindochter: ‘opa, is dit een zonsverduistering?’ Zij was niet de enige die zich verwonderde over dit natuurfenomeen.

Eerst dachten we aan woestijnzand in de atmosfeer, zoiets had ik de vorige avond in het nieuws gehoord, maar nee, de oorzaak van deze wonderlijke rode zon bleek veel confronterender: het was de rook, die overbleef na de verwoestende branden in Spanje en Portugal. Hoog in de atmosfeer voerde de stroming de rook daarvan naar onze streken.

Het gebeuren zette me aan het denken: hevige bosbranden in zuid Europa, de ene na de andere orkaan in het Caraïbisch gebied en de Verenigde Staten, opmerkelijk hoge temperaturen bij ons en wateroverlast of droogte elders op onze planeet. Het is evident: het klimaat is van slag. We hebben steeds vaker te maken met extreem weer en het is aan ons mensen om daar iets aan te doen. Goed dat we met elkaar afspreken om de uitstoot van CO2 te beperken en och, wat jammer als de leider van een van de grootste economieën van de wereld meent zich daaruit te kunnen terugtrekken.
Heus, de tijd dringt: het is vijf voor twaalf of nog later. Hoe noemen we dat in de kerken ook al weer: rentmeesterschap?
Laatst verwoordde iemand het zo: Laten we zuinig zijn op onze planeet. We hebben haar immers niet geërfd van onze ouders, maar geleend van onze kinderen…..

Marianne Visch – de Bruin

Op die fiets …

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 15 september 2017)

We lezen er de laatste tijd niet meer zoveel over in de krant: over opvangcentra voor vluchtelingen, hier bij ons op de Veluwe. De vluchtelingenstroom lijkt wat opgedroogd, die centra lijken niet meer nodig en de vliegroutes van en naar vliegveld ‘Lelystad’ zijn op dit moment een hot item, net als de actie voor het totaal verwoeste St. Maarten.
Logisch, en vooral dat laatste: uitermate belangrijk!

Toch werd ik deze week weer bij die vluchtelingenstroom bepaald, toen ik het artikel las over de burgemeester van Palermo, die een hartstochtelijke oproep deed aan Europa om toch de vluchtelingen, die bij zijn stad nog steeds in grote getale aan land komen, door te laten gaan. Europa in. En vanmorgen stond er een kaartje in diezelfde krant met nieuwe routes en een ander verhaal over een jongen, die al vele pogingen heeft gedaan en het blijft proberen, dit keer in het zuiden van Spanje. Al die mensen, ze halen ons land, onze omgeving dan wel niet, maar ze zijn er nog steeds …

En ik moest opeens denken aan dat mooie boekje waarover volgende week (*) in het kerkje een lezing wordt gehouden: “Jezus op die fiets”.
Dat boekje gaat over een jonge vluchteling en hij heet Jezus. Hij is legaal in Nederland, heeft een verblijfsstatus, woont in Scherpenzeel en is de zoon van een Joodse moeder en een Palestijnse vader. Daarom moesten ze vluchten en helemaal bij toeval kwamen ze terecht op de Veluwe. Ik ga u natuurlijk niet vertellen wat er allemaal gebeurt in dat boekje, maar de jongen probeert zijn medemensen te helpen op alle mogelijke manieren. Allicht, want de schrijver nam Jezus van Nazareth als voorbeeld.

Het leverde prachtige verhalen op, die je laten glimlachen, aan het denken zetten of je intens ontroeren. Jezus, die op de fiets over de Veluwe trekt met zijn vrienden. De schrijver van het boekje, hij noemt zichzelf ‘Johannes de Elfde’, gaat over de verhalen met ons in gesprek en hij gaf zijn boekje als ondertitel mee: ‘Klokken van liefde luiden’.

Jezus als vluchteling? Jezus op de fiets? Nee, “Jezus op die fiets!”

Marianne Visch – de Bruin

Noot *):
Lezing was op woensdag 27 september ’17 in het kader van ‘Ontmoeting aan de Deventerstraat’

Komkommertijd

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 27 juli 2017)

Het is zomer, links en rechts zijn onze buren met vakantie en het is opvallend rustig in de straat. Omdat wij ervoor kiezen in het voor- en naseizoen op pad te gaan, mag ik deze week alweer een kerkkronkel schrijven en al nadenkend zit ik achter mijn bureau. Het is leuk om te doen: stukjes schrijven, die we met een groot woord een ‘column’ noemen, maar in de loop van de afgelopen jaren heb ik heel veel bewondering gekregen voor die ‘echte columnisten’, mensen die elke week een of twee keer een actueel stukje schrijven in de dagbladen. Waar zal ik het deze week eens met u over hebben?! Er gebeurt niet veel want ook de politiek is met vakantie. ‘Komkommertijd’, wordt deze periode wel genoemd en al schrijvend vraag ik me af waar die uitdrukking vandaan komt. Het genootschap ‘Onze Taal’ weet misschien een antwoord. Mogelijk uit het Engels? ‘Cucumbertime’, gebruikt door de kleermakers, die in de zomermaanden niets verdienden en daardoor uitsluitend komkommers konden eten. Het zou kunnen, maar het is lang niet zeker. De term is in het Engels ook al lang weer verdwenen. ‘Sauregurkenzeit’ dan, vanuit het Duits?  Kan ook, maar vooralsnog heeft onze eigen Multatuli de oudste papieren als hij schrijft over ‘het hartje van den komkommertyd’.

Hoe het ook zij: de betekenis van de term kent u ongetwijfeld allemaal. Er is weinig handel, er is niet veel te beleven en er is maar weinig nieuws. Elk vakgebied kent z’n eigen komkommertijd en mijn kleine onderzoekje heeft me geleerd dat ook elke taal zijn eigen term heeft voor die dromerige, lome en stille zomertijd.

Maar over een paar weken barst alles weer los, ook in de Vaassense kerken. Ons nieuwe programmaboekje is al klaar en op 9 en 10 september vieren we het startweekend met o.a. de uitslag van de schilderswedstrijd. U kunt uw afbeelding van ons kerkje nog inleveren  en natuurlijk de startviering. Komkommertijd? Het is gewoon de stilte voor de storm….

Marianne Visch – de Bruin

Vieren

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 1 juni 2017)

Deze week is het Pinksteren en daarmee sluit de kerk het jaar in feite af. Dat jaar begint met Advent en in een vast ritme van zoveel dagen tot Kerst, Driekoningen, Aswoensdag, Pasen, Hemelvaartsdag en tenslotte Pinksteren viert de kerk haar vierdagen. Dagen van inkeer, van vreugde om een geboorte en intens verdriet om het lijden en het afscheid van de Heer tot de geboorte van de kerk met Pinksteren. Want dat is wat we met Pinksteren vieren: de verjaardag van de kerk. U kunt het verhaal nalezen in het Bijbelboek Handelingen. En na dit verjaardagsfeestje gaat de kerk een feestloze zomerperiode is.

Ik hou van dat vaste ritme van de winter, waarin we samen de hoogte- en dieptepunten beleven, maar evenzeer hou ik van de zomer waarin we ons richten op al die andere dingen, die ook voorbij komen en die het waard zijn om samen te beleven. Een van de dingen die ons komende zomer te wachten staan is de verjaardag van ons kleine kerkje aan de Deventerstraat. Op 12 juli a.s. is het precies 80 jaar geleden dat de eerste steen voor dit gebouw is gelegd en natuurlijk willen we dat vieren. Ter gelegenheid van die 80-jarige bestaan verschijnt er een heel aardig boekje, er is een heuse teken- en schilderwedstrijd uitgeschreven en op 16 juli houden we een feestelijke viering voor iedereen die zich bij onze geloofsgemeenschap betrokken voelt. Later in het jaar is er nog een fototentoonstelling en krijgen amateurmusici de gelegenheid van zich te laten horen.

Kortom, er valt ook in de zomer wat te vieren en wij, de ‘mensen van het kleine kerkje’ nodigen u van harte uit deze feestelijkheden met ons mee te vieren. Via dit blad houden we u uiteraard op de hoogte. We ontmoeten u graag aan de Deventerstraat!

Marianne Visch – de Bruin

Linquenda

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 23 maart 2017)

Heerlijk om even naar buiten te gaan, buiten de stad bedoel ik. Fietsend langs boerderijen, landhuizen en dijkhuisjes vallen me allerlei huizennamen op. Namen van mensen, maar ook namen die iets over de gedachten van de bewoners zeggen: Het Anker. Het Legaat. Nooit Gedacht.

Dan kom ik opeens een naam tegen die je niet vaak meer ziet: Linquenda. Letterlijk: “dat wat verlaten moet worden”. Iemand zei mij eens dat dat een wijze naam voor een huis is. Je moet er immers ooit een keer uit, het achterlaten, zoals je alles moet achterlaten. Wel waar natuurlijk, maar als naam voor je huis? Het voelt haast als een vermaning aan de voorbijganger, zo van: denk maar niet dat je hier iets te vertellen hebt, alles gaat voorbij. Waarom niet gewoon trots zijn op je huis en ervan genieten, waarom zou je voortdurend herinnerd moeten worden aan de vergankelijkheid?

Of… zou er ook een andere gedachte achter kunnen zitten. Zou het kunnen zijn dat zo’n naam ons juist wil beschermen? Omdat bezit je ook óngelukkig kan maken als je er teveel waarde aan hecht. Dan word je er immers afhankelijk van, je kunt niet meer zonder. En dan is er alleen nog maar te verliezen……….

Toen een van mijn vroegere collega’s afscheid nam om een carrièreswitch te maken gaf zij ons de volgende tekst mee van de schrijver P.F. Thomése:

“Niet iets proberen vast te houden dus, ook het mooiste niet, juíst het mooiste niet. Het steeds proberen los te laten, steeds bijtijds de verwijdering onder ogen zien. Altijd met lege handen durven staan, dan kun je beter vangen als het nodig is.”

Als je daar zo over nadenkt, krijgt loslaten iets positiefs. Het maakt vrij, weerbaar, onafhankelijk. En misschien wel gelukkig. In oosterse religies is het vaak een hoofdthema. In het westen lijkt het soms een beetje weggestopt. Maar toch…………de moeite van het proberen waard.

Vandaag schrijf ik mijn laatste kronkel in dit blad. Ook dat is een afscheid. Gedurende mijn stageperiode was onze voorganger Marianne Visch bereid mij een deel van haar column-ruimte af te staan, wat ik erg heb gewaardeerd. Nu geef ik haar die graag weer terug.

Loslaten. Linquenda. Ik vind het een mooie naam.

Maria Bolijn
stagiaire