‘Vaderdag’

Op het moment dat ik deze kronkel schrijf is het Hemelvaartsdag en mijn man en ik zijn met vakantie. Onze camper bracht ons dit jaar via een aantal Duitse Hanzesteden en de prachtige Oostzeekust naar het eiland Ruegen en hier vieren we dus Hemelvaartsdag.

Hier wordt niet ‘gedauwtrapt’ (of is het ‘dauw getrapt’), hier geen Vaasaqua, geen boekenmarkt, maar hier en in heel Duitsland is het vandaag ook Vaderdag. Vaderdag en Hemelvaartsdag vallen hier ieder jaar samen. Duitsland is het enige land ter wereld waar dat zo is.

Waarom? Ja, dat wist ik niet, maar Google gelukkig wel. Hemelvaartsdag is de dag waarop Jezus terugging naar de hemel en dus werd herenigd met zijn Vader. Wat een aardige gedachte! Overigens moeten we ons bij de Duitse Vatertag geen kindercadeautjes of ontbijtjes op bed bij voorstellen. Nee, de vaders gaan er zonder vrouw en kinderen op uit met vrienden en daarom heet Vatertag hier ook wel Herrentag.

Hier op de camping werd er voor alle gasten een barbecue georganiseerd en een groot vreugdevuur. Wellicht is dat een gebruik op het eiland, maar dat is me niet duidelijk geworden.

Hemelvaartsdag en tien dagen later Pinksteren. Voor veel mensen een korte vakantie en op veel vakantieparken wordt deze periode het Hepiweekend genoemd. Maar aan welke christelijke feesten we die vakantie te danken hebben, dat weten veel mensen niet meer. Hemelvaartsdag, daar had ik het al over en Pinksteren, dat is de ‘verjaardag van de kerk’ om met maar populair uit te drukken.

Wanneer u dit leest is het bijna Pinksteren en een week later Vaderdag. Gewoon Vaderdag op z’n Hollands: met een ontbijtje op bed en een werkje van de kleintjes. Net als op Moederdag, wat ook hier in Duitsland wel gewoon op de tweede zondag van mei is.

Weer wat geleerd!

Marianne Visch – de Bruin

‘Oordoppen’

(Column: Kronkel 24 april 2019)

Elke week fiets ik wel een paar keer vanuit Apeldoorn naar Vaassen. Vaak voor mijn werk, maar lang niet altijd want ook privé heb ik nog steeds nauwe banden met het dorp en als het weer een beetje meezit, overbrug ik die kilometers per fiets. Ik rij dan over het fietspad, waar vroeger de trein reed. Ik weet daar niets meer van, maar mijn vader kan er nog kostelijk over vertellen hoe hij, met zijn moeder samen, met de trein naar Apeldoorn ging.
Ik fiets nu diezelfde route en onderweg ontmoet ik andere wandelaars, hardlopers en fietsers natuurlijk. Velen van hen hebben oordopjes in en in steeds vaker zelfs van die grote oordoppen op hun hoofd. Waarom zouden ze dat doen, vraag ik me dan af, want zelf geniet ik van de geluiden om me heen: het fluiten van de vogels of het ruisen van de wind. Die geluiden horen bij wat ik om me heen zie: het ontluikende groen, een enkele vogel maar vooral veel weilanden met koeien, paarden en schapen en op dit moment zijn er twee ooievaarsnesten, waar een echtpaar ooievaar eieren uitbroedt.
Het aardige van fietsen (of lopen natuurlijk, maar daarvoor is de afstand tussen Vaassen en Apeldoorn toch te groot) is dat er onderweg zoveel te beleven valt en het lijkt me dat daarvan een deel toch verloren gaat als je de buitenwereld wegsluit. Ik heb al eens aan iemand gevraagd: waarom doe je dat? Waar luister je naar? De antwoorden, die ik kreeg waren gevarieerd: muziek natuurlijk in allerlei soorten van beat tot Bach en van rap tot opera. Maar er zijn ook mensen die naar een boek luisteren of gewoon naar de radio.
Ieder mens zijn eigen ding, dat is een beetje de trend vandaag de dag. Ieder zijn eigen PC, tablet of smartphone en die oordopjes verbinden ons met onze virtuele wereld. Maar die oordopjes sluiten ons wel af van dat wat er om ons heen gebeurt en dat is toch jammer want er valt buiten veel te genieten aan natuur of aan medemensen, die we onderweg tegenkomen. We kunnen ze groeten (of niet), soms is er tijd voor een praatje en in elk geval horen we het als er iemand achter rijdt, die belt omdat hij of zij ons wil passeren.

Graag wil ik een pleidooi houden voor minder oordoppen en minder beeldschermen om zo meer oog en oor te krijgen voor de echte mensen, die ons pad kruisen. Want dat levert pas echt een ontmoeting op!

Marianne Visch – de Bruin

‘Rode laarsjes’

(Column: Kronkel 22 maart 2019)

Soms heb je van die weken waarin er van alles gebeurt. Afgelopen week was zo’n week: die afschuwelijke aanslag op twee moskeeën in Nieuw Zeeland en een schietpartij in een tram in ons eigen Utrecht. Een schietpartij waarvan we nog steeds niet weten of het nu om terrorisme gaat of toch ‘gewoon’ om een psychopaat. Iedereen schrok en de verkiezingscampagne werd een dag stilgelegd. Toch gingen we vervolgens gewoon naar de stembus en die stemming leverde een politieke aardverschuiving op. Het stof moet nog neerdalen, want het is nu pas de dag erna.. O ja, en dan hebben we natuurlijk nog de Brexit, die nog het meest gaat lijken op een onvervalste soapserie, maar waar nu toch ook eindelijk een beslissing zal moeten vallen.

Toch was het iets anders, dat mij het meest bij is gebleven. Het was op een van die kletsnatte dagen vorige week en we waren op de begraafplaats. De regen kwam werkelijk met bakken uit de lucht en onder grote paraplu’s stonden we rond een graf. De meeste mensen waren na de kerkdienst naar het warme restaurant gegaan, de groep was maar klein. We bewezen de laatste eer aan een geliefd mens en tussen alle in het donker geklede benen zag ik twee paar rode laarsjes. Ze hoorden bij twee kindertjes die oma naar haar laatste rustplaats brachten. Allebei gooiden ze een bloeiende narcis in het open graf.

Dat beeld bleef me bij, die hele week waarin er van alles gebeurde: twee paar rode laarsjes tussen al die grotemensenbenen. En de hele week was er dat liedje in mijn hoofd: ‘ weet je wat ik heb gekregen, rode laarsjes voor de regen…’. Dat liedje kennen we allemaal. Dat liedje over dat jongetje (of meisje) dat op de nek van de giraffe klimt en er vervolgens van af glijdt. Hij valt: boem, au! Maar hij staat op, pakt zijn trap en zegt: ‘dag giraffe, morgen kom ik toch weer hier met de trap’. Een liedje waarin een kind symbool staat voor de mens. We zoeken, we proberen nieuwe dingen uit. We stijgen tot grote hoogte en vallen vervolgens met een plof weer op de grond. Boem, au! Toch geven we niet op en wat is dat toch geweldig! We blijven opstaan en doorgaan wat er ook gebeurt.

Marianne Visch – de Bruin

‘Ontspullen’

(Column: Kronkel 14 februari 2019)

Sinds ze getrouwd zijn, is het nog maar twee keer eerder gebeurd: verhuizen! Hij verhuisde als kind al een keer met zijn moeder, maar zij groeide op in het huis waar ze ook in het begin van hun huwelijk woonden. Honkvaste mensen zijn het dus net als veel ouderen, die ik in mijn werk tegenkom. Maar nu gaat het weer gebeuren en dus moet er worden opgeruimd. Wat is er nog nodig? Wat kan weg en wat nemen we mee? Het zijn vragen die we ons gelukkig niet zo vaak hoeven te stellen, maar ook als we niet verhuizen is het best goed om zo af en toe eens kritisch in je huis rond te kijken of er misschien overbodige dingen staan. Het is verbazend wat een mens aan nutteloze zaken verzamelt en het is goed om van tijd tot tijd te schiften en op te ruimen. Dat geeft lucht en ruimte in ons huis. ‘Ontspullen’ noemen we dat tegenwoordig en ik vind dat een heel mooi woord. De resultaten van dat ontspullen vinden we dan weer terug op rommelmarkten en in kringloopcentra. En natuurlijk straks op Koningsdag op de kleedjesmarkten. Opruimen, ruimte maken en daarna natuurlijk weer nieuwe spullen kopen.

Nog even en dan begint de 40-dagentijd, tijd waarin we op weg gaan naar Pasen. Voor veel mensen is dat ook een tijd van ontspullen. Tijd om even wat minder te eten, te drinken of ook echt spullen op te ruimen, schoon schip te maken. Een fris en opgeruimd huis en een opgeruimde geest, het is goed voor een mens. Volgend weekend is het zover: de verhuiswagen rijdt voor, alle spullen worden ingeladen en met vereende krachten gaan jongere generaties aan het werk. In het nieuwe huis wacht  een nieuwe start. Alles is schoon en ingeruimd als ze op zaterdagavond hun nieuwe huis binnen zullen stappen. Welkom thuis, lieve pap en mam en zo mogelijk nog een aantal goede jaren toegewenst!

Marianne Visch – de Bruin

‘Welkom !’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 10 januari 2019)

Het valt niet mee om kerkelijk nieuws in de landelijke pers opgenomen te krijgen want dat blijkt meestal niet interessant genoeg te zijn. Deze week was dat echter anders want de zgn. Nashville-verklaring haalde alle nieuwsuitzendingen en praatprogramma’s. De kranten, ook andere dan Trouw en het RD, pakten flink uit op de voorpagina. Mijn Facebook en Twitter account ontploften bijna, maar dat komt natuurlijk omdat ik lid ben van allerlei groepen van predikanten en pastores. In die inmiddels bij bijna iedereen bekende verklaring ondertekenen ongeveer tweehonderd orthodox protestantse collega’s een verklaring waarin zij homoseksualiteit in ferme bewoordingen afwijzen en waarin zij ook uitleggen waarom zij dat doen. Dat mag want in ons land kennen we gelukkig vrijheid van meningsuiting.

Veel protestantse kerken, waaronder de PKN, hebben inmiddels gelukkig afstand genomen van de uitspraken in dit document. Velen voelen zich geroepen een tegengeluid te laten horen en ik voeg me schoorvoetend bij hen. Schoorvoetend omdat ik het jammer vind dat dit blijkbaar nodig is. Graag wil ik oproepen tot solidariteit, liefde en openheid. In onze kerken is iedereen welkom bij al onze activiteiten. Wat is het daarom  mooi dat juist binnenkort, in de week van de eenheid van de Christenen, de voorgangers van onze plaatselijke kerken van werkplek wisselen. U treft pastor Vroom aan in ons kerkje en collega Leha in de Tabernakel. Ds. Heslinga is bij Woord & Daad en ds. Lavooij gaat voor in de Martinuskerk. Dat laat de Dorpskerk over voor mij en ik kom graag!

In tijden waarin de verschillen worden uitvergroot, ontstaan ook heel mooie, nieuwe dingen. Laten wij ons daarop concentreren: op het gesprek met elkaar, op samenwerking en begrip voor elkaars standpunten.

En, o ja, ik zou het bijna vergeten: ik wens alle lezers van het Vaassens Weekblad een goed en gezond 2019 toe.

Marianne Visch – de Bruin

‘Struikelen’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 20 november 2018)

Een paar weken geleden zag ik op TV een uitzending van het programma ‘Kruispunt’ en dat programma ging over de maker van de zgn. struikelstenen. Op allerlei plekken in steden en dorpen, in Nederland maar ook in andere Europese landen, zijn ze te vinden. ‘Stolpersteine’ heten ze officieel en het zijn straatstenen met daarop een messing plaatje waarin de naam van de Joodse mensen is geslagen, die woonden in het huis waar de steen in de straat is ingelegd. Als u wel eens een stadswandeling maakt, bent u ze ongetwijfeld tegengekomen. Wij hebben ze al op heel veel plaatsen gezien want inmiddels heeft de kunstenaar, de Duitser Gunter Demnig, al meer dan 23.000 van zulke steentjes gelegd.

De bedoeling van de stenen is natuurlijk dat wij de slachtoffers en de verschrikkingen van de holocaust blijven herinneren. Dat mensen niet vergeten raken en daarom passen die steentjes zo mooi in deze periode van het jaar. We hebben pas Allerzielen gevierd en in veel protestantse kerken worden komende zondag, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, de overledenen van het afgelopen jaar herdacht. ‘Eeuwigheidszondag’, wordt die zondag ook wel genoemd want zij die ons voorgingen worden niet vergeten. Wij ontsteken een licht voor hen en vaak is er ook een herinneringssteen, waarop de naam staat van hem of haar, die is gestorven.

In de Joodse traditie kent men een uitspraak die erop neerkomt dat je pas bent vergeten als je naam niet meer wordt genoemd. Laten wij de namen blijven zeggen, van hen die ons dierbaar zijn en van al die mensen die we niet kennen. Laten wij blijven struikelen over hun namen opdat zij niet worden vergeten…

Marianne Visch – de Bruin

‘Mijmeren’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 12 oktober 2018)

Het is herfst! Na een werkelijk schitterende zomer moeten we ons nu voorbereiden op het winterseizoen. De natuur doet dat met een zeldzame kleurenpracht waar ik jaar op jaar intens van geniet en waarvoor ik nauwelijks woorden kan vinden, zo mooi! Elk jaar weer ben ik ervan overtuigd: de herfst is het allermooiste seizoen. Alleen jammer dat daarna die koude winter komt…

Herfst, tijd van loslaten. Dat is overduidelijk. De kastanjes van de boom achter ons huis liggen allemaal al op de grond en aan de voorkant kraken de eikels onder onze schoenen. Het blad laat zijn takken los en dwarrelt naar beneden. Herfst, loslaten. Mijmeren en stilstaan bij wat was. Afscheid nemen van wat goed was. Deze herfstdagen passen goed bij mijn gevoel van vandaag want een vriendin ontviel ons. Het overviel ons, al wisten we dat ze heel ziek was. Toch liet ze zomaar los, net als die kastanjes achter ons huis en het zet ons, mij in elk geval, aan het denken over de betrekkelijkheid van het leven. Niet iedereen was er al aan toe, maar zij wel. Ze ging als dat blad dat de boom losliet.
Daarom deel ik met u in deze kerkkronkel van vandaag een gedicht van Rikkert Zuiderveld.
Een gedicht over herfst, over loslaten en over mijmeren over wat eens was.

Het is herfst hier in ons dorp en het regent in de straten
Ergens hangt een laatste blad dat z’n tak niet los wil laten
Maar de wind waait waarheen hij wil
Hoor je wel – hij roept je
De wind waait waarheen hij wil
Dan val je wel  al wil je niet – dan moet je
Alles wat je tegenzat valt nooit meer weg te praten
Ben jij als het laatste blad dat zijn tak niet los wil laten
Maar de wind waait…
Alle houvast die je had – wat je lief had, wat je haatte
of je koestert als een schat maar toch moet achterlaten
Maar de wind waait…
De wind waai waarheen hij wil
Huil je nu of lach je
Hij vangt je wel al durf je niet – nu mag je.

(tekst: Rikkert Zuiderveld)

Marianne Visch – de Bruin

‘Leren van elkaar’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 7 september 2018)

De vakanties zijn weer voorbij en onze kinderen en kleinkinderen zijn weer naar school. Alles is weer gewoon na een prachtige, maar wel gloeiend hete zomer. Zo gaat het in ons dorp en dat is goed, maar ondertussen wordt er in Den Haag gedemonstreerd, lezen we artikelen in de kranten en zien we interviews op TV waarin het gaat om twee kinderen voor wie niets meer gewoon is, want ze moeten het land verlaten waar ze zijn opgegroeid. Tot op het hoogste niveau wordt er aan touwtjes getrokken om deze twee kinderen toch in Nederland te laten blijven. Maar tot op heden, het is nu donderdag, lijkt al dit protest tot niets te leiden. Het is niet de eerste keer, we hebben al vaker met dit soort situaties te maken gehad en vaak betekende al die media-aandacht dat de betreffende kinderen alsnog in ons land mochten blijven, althans voorlopig.
Dit keer lijkt het anders te gaan. De verantwoordelijke staatssecretaris houdt voet bij stuk en ook in de volksvertegenwoordiging is geen meerderheid te vinden om het tij te keren. Regels zijn regels en uitgeprocedeerd is uitgeprocedeerd. Een radio-enquête wees uit dat ook van de ‘gewone’ Nederlanders de meerderheid vindt dat het wel oké is dat deze kinderen worden uitgezet naar een land waar ze nog nooit zijn geweest en waarvan ze de taal niet eens kennen. ‘Hoe is het toch mogelijk’?, vroeg ik me af. Dit kan toch niet echt gebeuren?!

Het is september en dat betekent dat in de kerken traditioneel weer de vredesweek wordt gehouden. Het thema is dit jaar ‘Generaties voor vrede’. In de aankondiging lees ik dat jongere generaties inspiratie putten uit rolmodellen van ouderen. Daarbij valt te denken aan voorbeelden uit familie of, breder gekeken, voorbeelden uit de (wereld)geschiedenis. Genoemd worden dan de jongeren die in de VS massaal in actie komen tegen het wapengeweld of, dichter bij huis, jonge mensen, die opnieuw het kernwapenprobleem onder de aandacht brengen. Prima initiatief! ‘Vrede kun je leren’, lees ik in de Vredeskrant. ‘leren van elkaar en samen verder gaan’. Prachtig, maar laten wij hopen dat onze jongeren in het geval van het wegsturen van kinderen niet teveel van ons leren……

Marianne Visch – de Bruin

‘Verdwenen en weer terug….’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 5 juli 2018)

Kent u dat boek ‘hoe God verdween uit Jorwerd’? Geert Mak schreef het in 1996 en het boek gaat over de toenemende ontkerkelijking in Nederland. Als voorbeeld beschrijft Mak het leven in het Friese dorp Jorwerd (tegenwoordig officieel geschreven met een ‘t’) vroeger en nu (1996 dus).

Wel, naar dat Jorwert ging het jaarlijkse uitstapje van onze geloofsgemeenschap. Eens per jaar gaan we er met een deel van onze leden op uit en dit keer gingen we dus naar Friesland omdat daar in Jorwert plannen zijn voor een klooster. En onder ‘klooster’ wordt dan een plek verstaan waar men terecht kan voor bezinning, rust en stilte. ’Nijkleaster’ moet het gaan heten en de PKN heeft er geld voor vrijgemaakt uit het pioniersfonds. Om meer bekendheid te krijgen worden ontmoetingen georganiseerd. Wij waren dus zeer welkom en twee van onze leden hadden de dag geweldig voorbereid. Na een openluchtkerkdienst in het dorp Leons (spreek uit: Leuns), die heel passend de herderspsalm, psalm 23 als thema had, dronken we koffie met iets lekkers. De dienst vond plaats tussen de weilanden en naast de prachtige oude kerk. Na de koffie vertrok een deel van de groep o.l.v. een gids dwars door de weilanden, die hier ‘grienden’ heten naar Jorwert. Het was een heerlijke wandeling van ongeveer een uur die grotendeels in stilte werd gelopen. We lunchten in het plaatselijke café met uitzicht op de kerk en in de middag dachten we na over psalm 8 in de kerk van Jorwert. De kerk van Jorwert maakt straks, als alles doorgaat, deel uit van dit nieuwe klooster. Kortom, het was een prachtige dag, gevuld met stilte en bezinning, in een dorp waar God verdwenen was, maar weer terug lijkt te zijn. En de oude pastorie? Die wordt nu bewoond door de schrijver van het boek.

Meer weten: www.nijkleaster.nl

Marianne Visch – de Bruin

‘Glamping’

(Column: Kronkel Vaassens Weekblad 15 januari 2018)

Na alle feestelijkheden, die horen bij de overgang van het oude naar het nieuwe jaar, is iedereen inmiddels weer over gegaan tot de orde van de dag. De kinderen zijn weer naar school, de kerstbomen opgehaald of ingeleverd en de bloemisten doen goede zaken in de verkoop van kamerplanten onder het motto ‘kerstboom eruit, kamerplant erin’.
In de kranten en op TV zijn de advertenties, die ons erop wijzen dat het zo gezellig is als we maar zoveel mogelijk eten kopen, vervangen door advertenties die ons vertellen dat het hoog tijd wordt om onze vakantie te boeken. En dan kunnen we natuurlijk snel en goedkoop per vliegtuig naar een of ander resort, all inclusive, maar ook de cruise is erg ‘in’. ‘Geheel verzorgd zoveel mogelijk prachtige plekken bekijken’, is dan de leus.
Maar er is een nieuwe trend want ook in de vakantiebranche is men zich ervan bewust geworden dat al die verre en o, zo goedkope vliegreizen natuurlijk een aanslag zijn op ons milieu vanwege de CO2 uitstoot en het brandstofverbruik. En dus spelen de reisorganisaties daarop in met georganiseerde fietsvakanties, met natuurreizen en met glamping. Heeft u daar wel eens van gehoord?
Als u een beetje TV kijkt, dan kan dat haast niet anders want de TV commercial daarover komt vrijwel dagelijks voorbij.
Glamping  is een samentrekking van de woorden glamourous en camping en het betekent dan dat u tijdens uw vakantie verblijft in een luxe tent met een echt bed, een ligbad en alle luxe die een vakantievilla ook bevat. Echter u verblijft op een camping, eentje met ***** dan wel natuurlijk.
Voordelen: de kinderen, als u die heeft, hebben alle pret van een luxe camping. Bovendien is er natuurlijk een volledig verzorgd programma voor hen. En voor de ‘glamperaar’ (zou dat ook een bestaand woord zijn?) betekent het een basic vakantie zonder gedoe want die luxe tent is natuurlijk helemaal al ingericht. U beleeft het buitengevoel zonder toestanden van sjouwen met spullen, naar toiletgebouwen moeten lopen, op luchtbedden slapen en ga zo maar door.

Tja, en terug van vakantie kunt u meepraten over het leven op de camping. Toch?! Nou ja, straks in mei pakken wij toch maar gewoon weer ons campertje en we zien wel waar die ons dit jaar brengt….

Vanaf deze plaats, achter mijn bureau in Apeldoorn, wens ik u een voorspoedig, gezond en zonnig 2018 toe!

Marianne Visch – de Bruin